20-12-2018

Onderhandelingsakkoord cao schoonmaak: werkgevers en werknemers vinden elkaar.

Werkgevers in de schoonmaak (verenigd in brancheorganisatie OSB) en vakbonden CNV en FNV hebben in de nacht van woensdag 19 op donderdag 20 december een onderhandelingsakkoord bereikt over een nieuwe cao voor de schoonmaak- en glazenwassersbranche. De overeengekomen looptijd is twee-en-een-half jaar (1 januari 2019 – 30 juni 2021).

“In totaal hebben we acht dagen intensief onderhandeld over diverse inhoudelijke thema’s en op het laatst ook over de financiële consequenties en de loonontwikkeling”, licht Hanny van den Berg, woordvoerder namens de OSB-onderhandelingscommissie toe. “Belangrijke gespreksonderwerpen waren de omgang met elkaar op het werk (volwassen arbeidsrelatie), duurzame inzetbaarheid (gezond pensioen halen) en ziekteverzuimbegeleiding en uiteraard de financiële afspraken. We zijn heel blij dat we samen flinke stappen hebben gezet op weg naar onze gezamenlijke stip aan de horizon: een sterke en waardevolle schoonmaakbranche. De afgelopen jaren hebben we veel geïnvesteerd in het uitwerken van belangrijke thema’s en hebben zo het onderlinge vertrouwen versterkt. Dat blijkt op een dag als vandaag. Dankzij de inzet van alle partijen hebben we een mooi onderhandelingsresultaat bereikt.”

Gemaakte afspraken

Werkgevers en vakbonden zijn overeengekomen:

  • een loonsverhoging van 3% in 2019, 3% in 2020 en 1,5% in 2021 (wanneer de cao op 30 juni afloopt);
  • een hogere pensioenpremie in 2021 voor een gezond pensioenfonds.
    De vroegpensioen- en levensloopregeling (VPL) die dan met 1,3% vrijvalt, wordt daarvoor benut. Tegelijkertijd gaan werkgever en werknemer allebei de helft van de totale pensioenpremie van 21,4% betalen. Voor de stijging van de werknemerspremie worden werknemers gecompenseerd via het loon;
  • een verhoging van de eindejaarsuitkering in 2019 met 0,65%, in 2020 met 0,35% en in 2021 met 1%;
  • een extra verlofdag op de verjaardag van een werknemer met ingang van 2020. Vakbondsleden krijgen de mogelijkheid om deze in te ruilen voor een vrije dag op 1 mei.

Akkoord op hoofdlijnen

Inhoudelijk hebben de sociale partners op hoofdlijnen overeenstemming bereikt over de volgende dossiers:

  • artikel 38 (werkgelegenheid bij contractwisseling): afspraak is dat de objectgebonden reiskosten worden overgenomen met ingang van
    1 juli 2019. Dat geldt ook voor overige objectgebonden kosten;
  • uitzendkrachten: de uitzendperiode van 12 maanden kan nu worden gevolgd door twee contracten voor bepaalde tijd (was: één).
  • een gezamenlijke lobby naar ‘Den Haag’:
    • om schoonmaakwerk binnen de huidige pensioendiscussie als “zwaar beroep” aan te merken;
    • om aandacht te vragen voor de problematiek van ziekte en het hebben van meerdere werkgevers
  • preventief Arbo-beleid: we zetten steviger in op onderzoek naar fysieke klachten, in samenwerking met de commissie Ziekteverzuim;
  • de commissie Ziekteverzuim wordt tijdelijk voortgezet om de kwaliteit van de ziektebegeleiding in de branche te verbeteren;
  • werkgevers streven ernaar om samen met de commissie Ziekteverzuim minimaal 75% van de dossiers als voldoende te laten kwalificeren. Zo kan loondoorbetaling in het tweede jaar verlaagd worden naar 90%.
    Tevens wordt onderzocht hoe deze afspraak goed uitgevoerd kan worden door de individuele (MKB-)bedrijven. Doel is om bedrijven die hun verzuimbegeleiding op orde hebben te ontzien van administratieve druk;
  • extra aandacht voor frequent verzuim en grijs verzuim, met name ondersteuning van MKB-bedrijven hierbij door OSB;
  • de inzet van gekwalificeerde vertrouwenspersonen om te bevorderen dat medewerkers een veilige werkplek hebben en ervaren;
  • voorlichting over contractwisseling om betrokken medewerkers duidelijkheid te geven en gerust te stellen;
  • voortzetten van taaltrajecten. Hiervoor komt € 500.000,- beschikbaar;
  • opleiding van leidinggevenden: cao-partijen stellen een tijdelijke paritaire werkgroep om de huidige opleiding verder te verbeteren en daarmee ook de kwaliteit van de leidinggevenden te vergroten. Afspraken zijn:
    • de basismodule is verplicht voor iedere nieuwe leidinggevende en dient binnen negen maanden na indiensttreding te worden aangeboden.
    • in ieder geval worden de volgende onderwerpen in de basismodule opgenomen: werkoverleg, jaargesprek, verzuim en fatsoenlijk gedrag.
    • aanvullende modules worden gevolgd voor zover passend bij de rol en verantwoordelijkheden van de leidinggevende.
    • de basismodule en de aanvullende modules worden geëxamineerd door het RAS-Examenbureau.
    • partijen hebben de intentie dat aan het einde van de looptijd van de cao in totaal 2.000 leidinggevenden zijn opgeleid. Momenteel zijn er bijna duizend leidinggevenden opgeleid;
  • binnen 12 maanden (was 6 maanden) na indiensttreding dient de werkgever de werknemer de basis(vak)opleiding aan te bieden.
    Cao-partijen vinden het van groot belang dat werknemers de basis(vak)opleiding volgen en examen doen bij het RAS-Examenbureau;
  • de Anw-hiaatcompensatieregeling wordt ongewijzigd voortgezet;
  • eerder stoppen met werken: cao-partijen gaan experimenteren op het gebied van ouderenbeleid en ‘gezond met pensioen gaan’. Zij zullen in 2019 de mogelijkheden in kaart brengen, waaronder een regeling met behoud van pensioen tegen inlevering van een deel van het loon of het aanwenden van opgebouwd pensioen. Partijen hebben de intentie om de onderzoeksfase af te sluiten vóór 1 juli 2019;
  • OSB introduceert een onafhankelijke geschillenregeling voor kwesties tussen werkgevers over contractwisseling. Geschillen tussen werknemers en werkgevers worden voorgelegd aan de Geschillencommissie RAS;
  • gedurende de looptijd van de cao worden pilots op het gebied van duurzame inzetbaarheid uitgewerkt; daarbij wordt ook aandacht gegeven aan het werk in de glasbewassing en reconditionering;
  • onderzoek naar en inventarisatie van de roostersystematiek voor continu roosters;
  • voor vakbonden komt tijdens deze cao-periode per jaar een bedrag beschikbaar van € 15.000 voor internationale projecten / goede doelen;
  • cao-partijen hebben het voornemen om voor minimaal honderd statushouders een werkplek in hun nieuwe woonomgeving af te spreken.

“Dit is een goed onderhandelingsresultaat”, constateert Hanny van den Berg tevreden. “Als directeur van OSB én als lid van de onderhandelingscommissie ben ik er blij mee. Dit cao-proces benadrukt dat de schoonmaak en glasbewassing een weg zijn ingeslagen waarbij we structureel werken aan een duurzame branche. Dat zetten we onverminderd door. Met onze sociale partners voelen we een gedeelde verantwoordelijkheid. De gemaakte afspraken zijn dan ook goed voor al die schoonmakers in ons land, voor de werkgevers én voor de BV Nederland. Dat het ook een kerstakkoord is, maakt het extra bijzonder.”

Raadplegen leden
OSB legt op 17 januari 2019 het onderhandelingsresultaat ter accordering voor aan haar leden. Vakbonden CNV en FNV zullen dat in de komende weken ook doen.

bron: OSB

Deel dit artikel: