Is uw schoonmaak wel gezond?
's-Hertogenbosch, 23 september 2009- Het land is in de ban van de pandemie en schoonmaakland draait op volle kracht. Want voorkomen is beter dan genezen en dus zetten meerdere bedrijven in op extra schoonmaak-werkzaamheden in verband met de griep. Het advies van het RIVM voor het dagelijks extra reinigen van deurklinken, liftknoppen, leuningen, sanitair en bureaus wordt door meerdere bedrijven gretig opgepakt. Draagt dit nu allemaal bij aan een gezondere werkomgeving die besmetting tegengaat, of is het allemaal een beetje overdreven?
Door de pandemie is hygiene in een keer interessant. Er wordt weer even objectief gekeken naar schoonmaak zonder de financiele prikkel. De vraag mag weer gesteld of de bestaande afspraken rondom schoonmaak wel voldoende zijn en schoonmaak is in een keer niet de sluitpost op de begroting. Het is heel terecht dat alle preventieve middelen worden ingeschakeld als je daarmee voorkomt dat een derde van je medewerkers straks thuis zit. In wetenschappelijk onderzoek is inmiddels onmiskenbaar aangetoond dat intensiever schoonmaken zorgt voor minder ziekmakers in de lucht en op de grond, en minder klachten onder gebruikers van de ruimte. En met intensief hebben we het dan vooral over hogere frequentie. In de directe werkomgeving, bureaus, stoelen, looppaden en open planken, is het gezond om vaker schoon te maken vanwege een hoge belasting van de ruimte en kwetsbaarheid van de gebruikers (Vereniging Schoonmaak Research).
Door de sense of urgency merk ik dat organisaties de schoonmaak-frequentie opnieuw doorlichten. Denk aan ruimtes waar veel mensen samenkomen, zoals flexplekken waar meerdere mensen gebruik maken van hetzelfde bureau, van computer of telefoon, passeren de revue. Dit brengt opnieuw de grootste ergenissen aan het licht. In de zakelijke dienstverlening kun je denken aan extra toiletrondes bijvoorbeeld. Maar liefst vier op de vijf mensen noemt het zelfs de ‘grootste ergernis’ als het op schoonmaak aankomt (Belevingsonderzoek schoonmaak, Synovate Interview NSS in opdracht van Hago). Volgens de standaard hygienenorm is 1x per dag een toilet schoonmaken voldoende. Maar in de praktijk kom je hier niet mee weg. Enkele ziekenhuizen daarentegen vinden het juist heel normaal om de centrale hal en toiletten continue te controleren. Niet alleen ten tijde van een pandemie. Je wilt je visitekaartje altijd op orde hebben. Bij ziekenhuizen zie je eerder, dat wanneer de kwantiteit van de zorgverlening wordt vergroot en daarmee een afdeling zwaarder wordt belast, de schoonmaak niet altijd mee omhoog gaat. Dan ontstaat er gelijk een negatieve spiraal, die je terug ziet in de kwaliteitscontroles. Het is gezond als juist die veelgebruikte ruimtes vaker worden schoongemaakt. Het zou goed zijn als die positieve kant van de pandemie wat langer blijft hangen.
Desinfecteren
Tegelijk brengt de pandemie ook een stormloop op desinfecterende middelen op gang. Er is een enorme variatie aan desinfecterende lotions en doekjes in het kader van de pandemie. Daarin wordt teveel doorgeschoten. In normale omstandigheden hoef je niet steeds je werkplek te desinfecteren, dat gaat echt te ver. Desinfecteren speelt bij specifieke bevuiling, zoals het opruimen van bloed of braaksel. Dan hebben we het over de noodzaak tot desinfectie. Maar niet op een kantoor, omdat iemand niest of hoest, dat is echt onzin. Bovendien zit de grootste kans op besmetting nog altijd bij de mensen zelf . Als iedereen in Nederland zijn handen zou wassen, dan zou er een enorme besparing zijn van infecties. Gewoon even wassen met water en zeep is dan al voldoende.
Maar wanneer frequent schoonmaken werkelijk bijdraagt aan gezondheid, dalend ziekteverzuim en stijgende productiviteit, wat er dan gebeurt na de pandemie? Want de meesten zijn het grondig met elkaar eens: schoonmaak dient een belangrijk doel. Toch zal er niet altijd een prikkel zijn die de sense of urgency afdwingt om de schoonmaakfrequentie onder de loep te nemen. En niemand staat te wachten op prijsfluctuaties in schoonmaak op de grillen van een heersende griep. Er waait tenslotte wel vaker wat rond. Zonder te beweren dat er hier structureel sprake is van te lage schoonmaakfrequentie, zie ik wel vaak dat budgetering maatgevend is voor de schoonmaak in plaats van het hygiene aspect. Ook als de ruimte ineens veel extra clienten of bezoekers krijgt te verwerken.
De zorg is dan ook een hele andere sector, waar deze werkwijze niet passend is. Je kunt hier ook niet spreken over één opdrachtgever. Het zijn verzamelgebouwen van meerdere (interne) opdrachtgevers en gebruikers, die allemaal specifiek bezocht en bekeken moeten worden om daar de juiste schoonmaakprogramma’s op af te stemmen. Verpleegafdelingen, apotheken, poli’s of een Spoedeisende Hulp verdienen eigen oplossingen . Denk bijvoorbeeld aan Cleanroom onderhoud conform de GMP kwaliteitsrichtlijnen voor de farmaceutische industrie of het introduceren van een nieuwe desinfectiemethoden. Dat vraagt om hele specifieke kennis die alleen voor handen is bij een schoonmaakspecialist in de zorg. En dat gecombineerd met continue aandacht voor schoonmaak -en de klantbeleving daarvan- levert dan altijd een betere kwaliteit op.
Mentaliteit
Er heerst nog een andere tendens: de eigen verantwoordelijkheid van de gebruikers. Je ziet de verantwoordelijkheid van een ruimte vaak verdeeld over een technische dienst, een schoonmaakdienst, een verzorger van de planten; allemaal verschillende afdelingen zijn verantwoordelijk voor een stukje van de ruimte en niemand voelt zich meer verantwoordelijk voor het geheel. Ik zie tegen die achtergrond positieve ontwikkelings-mogelijkheden voor facilitair managers om te komen tot een herverdeling van facilitaire en zorgondersteunende taken. Aan de ene kant zijn er goede mogelijkheden voor zorgondersteundende activiteiten die de verpleegfunctie kunnen ontlasten. Aan de andere kant is er een goede samenwerking mogelijk door verantwoordelijkheid terug te leggen bij de medewerkers. Er zijn veel mogelijkheden om zelf even een doekje over het toetsenbord en de telefoon te halen. Veel mensen willen dat ook wel doen, maar krijgen daarvoor niet de spullen. Het is een kleine moeite een gebruiker een paar Quick en Cleandoeken te geven. Of te vragen even hun kopje naar de vaatwasser te brengen. Daar hoef je niet altijd een schoonmaker voor in te huren. Dat is ook een stuk mentaliteit. Je ziet op het moment dat je die samenwerking aangaat, de kwaliteit omhoog gaat, dat het werkt. De beheersing komt beter op orde, het vervuilt minder snel, en er komt minder snel rommel bij. Bij clean desk policies zie je direct verschil in de kwaliteitsrondes. Ook draagt deze beleving bij aan de bewustwording van de eigen hygiene op de werkplek. En het levert vaak ook waardering op voor de schoonmaker. En die blijft langer op die werkplek, waardoor de kwaliteit goed op peil blijft. Dat is een mooie vorm van samenwerken. Dat maakt het niet duurder, maar draagt bij aan een gezonde, prettige werkomgeving. En daar vaart iedereen, opdrachtgever, medewerker en schoonmaker wel bij. Laten we die gezondheid van medewerker en client niet uit het oog verliezen lang nadat de pandemie voorbij is.
|
|




















